Paragrafen

Bedrijfsvoering

Rekenkameronderzoeken

Portefeuillehouder: Saskia Bruines 

Hieronder wordt de navolging van de aanbevelingen uit de in 2023, 2024 en 2025 uitgevoerde en afgeronde onderzoeken toegelicht. Het gaat om 'Zorgen voor de jeugd’ (RIS317355) en ‘Werk aan welzijn’ (RIS315975) in 2023 en Digitale Veiligheid mobiel werken en (RIS320818) en de opvolgingsbrieven Opvolgingsbrief raadsbesluit bewonersparticipatie in de energietransitie “Meer doen met meedoen”, en Opvolgingsbrief Betaalbare woningbouw in 2024. Voor 2025 betreft dit 'Koers op groen' (RIS323316) en Armoederegelingen (een helpende hand) (RIS323204).  

In lijn met de Gemeentewet en de Verordening op de rekenkamer rapporteert het college in deze paragraaf over de opvolging van de aanbevelingen van recente rekenkameronderzoeken. Daar waar de raad, al dan niet op voordracht van het college, in het afgelopen jaar heeft besloten dat een onderzoek van de rekenkamer is opgevolgd wordt daar in deze paragraaf expliciet melding van gemaakt en rapporteert het college hierover in volgende programmarekeningen niet meer.

Vorig jaar is het jaarverslag geamendeerd op het punt van het vaststellen of afdoen van aanbevelingen die volgen uit Rekenkamerrapporten. Het afgelopen jaar is in overleg met de Rekenkamer bekeken op welke manier in de toekomst op een zorgvuldige manier vorm kan worden gegeven aan het afdoen van deze aanbevelingen. De conclusie van dat gesprek was dat het college per onderzoek met een apart raadsvoorstel een voorstel voor afdoening zal doen. Dit kan een apart voorstel zijn, maar het kan ook opgenomen zijn van een breder voorstel over het betreffende onderwerp. Dit betekent dat op alle onderstaande onderzoeken een dergelijk voorstel zal worden opgesteld. De planning daarvan is afhankelijk van het tempo waarin opvolging kan worden gegeven aan de aanbevelingen.

2023 
Zorgen voor de jeugd 
Naar aanleiding van het rekenkamerrapport heeft de raad op 25 november 2021 ingestemd met het raadsbesluit ‘Zorgen voor de jeugd’ (RIS309389). 

Aanbevelingen:

  1. Verhoog de informatiewaarde van rapportages.
  2. Maak mogelijk dat het soort verwijzer gekoppeld kan worden aan de declaraties.
  3. Registreer het resultaat van trajecten

STATUS: De aanbevelingen zijn in behandeling. Op gemeentelijk niveau zijn de aanbevelingen van de rekenkamer in de jaarrapportage Jeugd 2023 (RIS319119) verwerkt. In de jaarrapportage Jeugd 2024 (RIS322734) wordt hier vervolg aangegeven. Voor wat betreft het registreren van het resultaat van trajecten is de conclusie dat dit ten dele is opgevolgd. Zo is in 2023 op regionaal niveau de pilot outcome (resultaat) verder uitgerold om de jeugdzorgtrajecten te meten. Het meten van outcome voor de jeugdhulp via het Haags Toekomstperspectief volgt een apart traject. Er wordt naar gestreefd in 2026 betrouwbare data over op te leveren. Zodra dit gereed is zal het college de raad via een raadsvoorstel in de gelegenheid stellen te besluiten over de afdoening van de aanbevelingen.

Werk aan welzijn 
De Rekenkamer Den Haag heeft op 29 juni 2023 het onderzoeksrapport ‘Werk aan Welzijn’ (RIS315975) gepubliceerd. De Raad heeft op 5 oktober 2023 ingestemd met het raadsvoorstel Werk aan Welzijn-rekenkameronderzoek welzijnssubsidies. 
 
Op 6 februari 2025 heeft het college in Actualisatie Beleidsplan Professioneel Welzijnswerk 2025-2027 (RIS321267) een update gegeven van de opvolgingsacties per aanbeveling. Dit beleidsplan en de update is op 6 maart 2025 in de Commissie Samenleving besproken. Op 13 maar 2025 heeft de Raad de motie ‘Meer grip op welzijn’ (RIS321652) aangenomen waarin de Haagse Rekenkamer werd verzocht een opvolgingsonderzoek te doen, waarin minimaal wordt vastgesteld in hoeverre het college aan de eerdere aanbevelingen heeft voldaan en de raad hierover uiterlijk voor de zomer te informeren. 

Dit opvolgingsonderzoek van de Rekenkamer (RIS322798) is op 8 juli 2025 aan de Commissie Samenleving gestuurd en op 2 oktober 2025 in de Commissie Samenleving besproken. Het college heeft hierop gereageerd met de commissiebrief (RIS323211). Deze brief is ook besproken op 2 oktober. Hierin wordt een reactie gegeven op de adviezen van de Rekenkamer. 

Aanbevelingen:

  1. Draag het college op te zorgen voor een door de raad vastgesteld integraal beleidskader voor welzijnswerk dat zich richt op al het welzijnswerk dat welzijnsorganisaties uitvoeren. 
  2. Draag het college op met een voorstel te komen waarin is uitgewerkt hoe welzijnssubsidies in overeenstemming met wet- en regelgeving transparant en objectief worden verleend. 
  3. Draag het college op een voorstel uit te werken waarmee het de raad inzicht biedt in het doelbereik, de behaalde prestaties en de lasten van het welzijnswerk. 
  4. Draag het college op in subsidieregelingen duidelijk te maken wat de doelen zijn van de informatie die subsidieaanvragers aan het college moeten aanleveren en alleen die informatie op te vragen die aansluit op deze doelen. 
  5. Draag het college op ervoor te zorgen dat de inhoud van het subsidieregister overeenkomt met de gegevens uit het interne subsidiesysteem. 
  6. Draag het college op binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen over deze aanbevelingen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande aanbevelingen. 
     

STATUS: De aanbevelingen zijn in behandeling. 

De brief Procesplanning n.a.v. Voorstel Rekenkameronderzoek Werk aan Welzijn (RIS317203) is op11 november 2023 naar de raad gestuurd.
Op 4 april 2025 is de subsidieregeling professioneel welzijnswerk 2026-2027 gepubliceerd. De Commissie Samenleving is hierover op 31 maart 2025 geïnformeerd (RIS321728). De subsidieregeling loopt van 1 april 2026 tot 1 januari 2028.
De Commissiebrief beleid sociale basis (RIS323213) is op 19 september 2025 aan de Commissie Samenleving verstuurd en op 2 oktober besproken. Zoals aangegeven tijdens het debat in september, wordt momenteel gewerkt aan een integraal beleidskader voor maatschappelijke ondersteuning en welzijn voor vanaf 2028. Deze zal naar verwachting in 2026 aan de Raad worden voorgelegd. Hierbij zal de raad ook in de gelegenheid worden gesteld te besluiten over de afdoening van de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek.

Vervuiling van de openbare ruimte
In 2021 heeft de rekenkamer het onderzoek ’Schoon op papier’ gepubliceerd. In december 2022 is het onderzoek het raadsbesluit behandeld in de gemeenteraad. Op 27 oktober 2023 heeft de rekenkamer een zienswijze op het Aanvalsplan Afval (RIS231979 ) van het college gegeven. Daarbij is aangegeven in hoeverre het college met dit Aanvalsplan opvolging geeft aan het raadsbesluit ‘Schoon op papier’ van 21 december 2022 naar aanleiding van het gelijknamige onderzoek. 

Aanbevelingen:

  1. Draag het college op een aangescherpt beleidsplan voor vervuiling van de openbare ruimte op te stellen en dit ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad.
  2. Draag het college op de uitvoering mede te richten op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte en niet alleen op het wegnemen daarvan.
  3. Draag het college op periodiek te rapporteren over de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte.
  4. Draag het college op binnen zes maanden een aanpak voor de uitvoering van aanbevelingen 1 tot en met 3 voor te leggen aan de gemeenteraad.

STATUS: De aanbevelingen zijn opgevolgd.

Het Aanvalsplan Afval is, na vaststelling door het college in 2023, als raadsvoorstel aan de raad aangeboden en op 20 juni 2024 door de raad vastgesteld. Er zijn nieuwe en scherpere doelen vastgesteld, waarbij de landelijk erkende beeldmeetlatten-systematiek wordt gebruikt. Er wordt ook per stadsdeel gerapporteerd, zoals de Rekenkamer in de zienswijze over de navolging van het raadsbesluit aangeeft. Er zijn voor 20 vuilsoorten normscores bepaald. Daarnaast is bij het raadsvoorstel van het Aanvalsplan een suggestie gedaan voor een specifiekere doelstelling in de begroting, waarbij ook op wijkniveau (voor 25 wijken) een norm is vastgesteld. De raad heeft met de nieuwe effectindicator via een raadsbesluit ingestemd.

Het voorkomen van afvaloverlast (preventie) is een van de drie pijlers uit het Aanvalsplan Afval 2023-2026. De preventieve aanpak houdt in dat we door participatie- en educatieactiviteiten, communicatie en eigenaarschap willen voorkomen dat zwerfafval ontstaat. Het uitvoeren van een onderzoek naar de achterliggende oorzaken van vervuiling is als actiepunt opgenomen in het Aanvalsplan. In februari 2024 is een onderzoeksopzet naar de raad gestuurd, zie commissiebrief (RIS318069).

Met deze ontwerpende aanpak kan op basis van voortschrijdend inzicht tijdig worden bijgestuurd. Ook wordt bij het onderzoek gericht op specifieke kenmerken van locaties/situaties met ernstige overlast. Hiermee wordt aan de aandachtspunten van de Rekenkamer voldaan zoals aangegeven in de zienswijze over de navolging. Het onderzoek is eind 2025 afgerond en zal in Q1 2026 met de raad worden gedeeld.

Er wordt periodiek over de aanpak van vervuiling gerapporteerd middels de voortgangsrapportages van het Aanvalsplan Afval. De voortgangsrapportages over 2023 RIS318448) en 2024 (RIS321605) zijn al met de raad gedeeld. De rapportage over 2025 volgt eind Q1 van 2026. Het college zal op korte termijn met een voorstel komen waarmee de raad in de gelegenheid wordt gesteld te besluiten over afdoening van de aanbevelingen.

2024 
Bewonersparticipatie in de energietransitie 
De rekenkamer heeft in 2023 het onderzoek Meer doen met meedoen, bewonersparticipatie in de energietransitie gepubliceerd. Op 5 juli 2023 is er een raadsbesluit genomen (RIS314990).

Aanbevelingen:

  1. Draag het college op een voorstel uit te werken voor een gemeentebreed kader voor bewonersparticipatie en dit ter besluitvorming aan de raad voor te leggen, waarin tenminste is vastgelegd:
    1. aan welke minimale voorwaarden bewonersparticipatie te allen tijde moet voldoen, zoals het voorafgaand aan een participatietraject duidelijk maken van het doel, de doelgroep, de onderwerpen waar participatie zich op richt, welke invloed bewoners krijgen op besluitvorming en hoe de gemeente de inbreng van bewoners meeneemt in (bestuurlijke) besluitvorming
    2. hoe de gemeente meer en moeilijk bereikbare groepen bewoners wil bereiken;
    3. dat het gemeentebrede kader periodiek wordt geëvalueerd en herijkt, onder meer op basis van lessen uit eerdere participatietrajecten. 
  2. Draag het college op de ambtelijke organisatie duidelijkheid te geven over de uitgangspunten voor bewonersparticipatie en de wijze waarop deze praktisch toegepast moeten worden en daartoe: 
    1. een handleiding op te stellen waarin duidelijk wordt aan welke voorwaarden en andere kaders participatietrajecten moeten voldoen (gebaseerd op het kaderstellend document), hoe dit moet worden uitgevoerd en deze handleiding breed onder de aandacht te brengen binnen de organisatie; 
    2. een centraal punt binnen de ambtelijke organisatie verantwoordelijk te maken voor het actief communiceren van de kaders en uitgangspunten naar ambtenaren.
  3. Draag het college op in alle voorstellen voor besluitvorming door het college of de raad waarbij bewoners in de voorbereiding hebben geparticipeerd, een passage op te nemen waarin uiteen wordt gezet hoe bewoners hebben geparticipeerd en hoe hun inbreng inhoudelijk is verwerkt in het betreffende voorstel. Draag het college op deze werkwijze in het gemeentebrede kader op te nemen. 
  4. Draag het college op voorafgaand aan elk participatietraject een plan van aanpak op te stellen waarin onder andere: 
    1. de bewonersparticipatie concreet en in overeenstemming met de voorwaarden uit het gemeentebrede kader is uitgewerkt; 
    2. heldere afspraken zijn opgenomen over rollen en verantwoordelijkheden tussen bewoners en de gemeente en over de planning.

Draag het college op deze werkwijze in het gemeentebrede kader op te nemen.

  1. Draag het college op om lessen uit de uitvoering van bewonersparticipatietrajecten mee te nemen in verbetering van die uitvoering door:
    1. tussentijds en na afronding van trajecten van bewonersparticipatie deze te evalueren; 
    2. deze evaluaties te baseren op de voorwaarden voor bewonersparticipatie, zoals die zijn opgenomen in het gemeentebrede kader voor bewonersparticipatie; 
    3. de uitkomsten van deze evaluaties vast te leggen en te gebruiken voor verbetering van de uitvoering en herijking van het gemeentebrede kader voor bewonersparticipatie. 
  2. Draag het college op binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen over deze aanbevelingen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande aanbevelingen. In de commissiebrief ‘Verificatie overgenomen adviezen rapport Rekenkamer in de participatieverordening’ (RIS320080 ) wordt aangegeven hoe de adviezen uit het Rekenkamerrapport ‘Meer doen met meedoen’ (RIS314990 ) zijn overgenomen in de geactualiseerde Inspraak- en Participatieverordening Den Haag 2024. De raad heeft tijdens de gemeenteraadsvergadering van 18 december 2024 de participatieverordening en handboek participatie (RIS319848 ) geamendeerd vastgesteld. 

STATUS: De aanbevelingen zijn opgevolgd. Het college zal op korte termijn met een voorstel komen waarmee de raad in de gelegenheid wordt gesteld te besluiten over afdoening van de aanbevelingen.

Onderzoek digitale veiligheid mobiel werken
De rekenkamer heeft op 12 december het onderzoeksrapport ‘Veilig op afstand’, RIS320818, gepubliceerd.  Naar aanleiding van het rapport heeft de raad in januari 2025 het raadsvoorstel behandeld.

Aanbevelingen:

  1. Draag het college op het ICT-beleid en de ICT-organisatie te herzien en daarbij:
    1. de inventarisatie en analyse van mogelijke risico's voor de beveiliging van ICT integraal onderdeel te maken van de besluitvorming.
    2. beleid voor mobiel werken en de beveiliging daarvan op te stellen en uit te dragen.
    3. informatie-uitwisseling over beveiligingsrisico’s en mogelijke beheersmaatregelen binnen de organisatie te reguleren.
    4. een compleet en centraal overzicht op te stellen van het gemeentelijk ICT landschap en dit overzicht te beheren.
  2. Draag het college op medewerkers van de gemeente bewust en medeverantwoordelijk te maken voor de veiligheid van mobiel werken.
  3. Draag het college op bestaande technische mogelijkheden voor toegangsbeveiliging beter te benutten, om zo de door de rekenkamer geconstateerde risico's beter te beheersen.
  4. Draag het college op binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft genomen over de aanbevelingen, te rapporteren over een plan van aanpak voor de opvolging van dit onderzoek.

STATUS: De aanbevelingen zijn in behandeling. Het rekenkameronderzoek ‘Veilig op afstand’ is eind 2024 gepubliceerd in de rekeningencommissie en stond in maart 2025 geagendeerd in de commissie bestuur. In de bestuurlijke collegereactie die in het rapport is opgenomen staat dat in beginsel alle aanbevelingen worden herkend en opgevolgd gaan worden. Nadat de aanbevelingen zijn opgevolgd zal de raad in de gelegenheid worden gesteld te besluiten over afdoening van de aanbevelingen.

Betaalbare woningbouw 
Op 10 november 2022 heeft de rekenkamer de uitkomsten van het onderzoek naar betaalbare woningbouw gepubliceerd. De raad heeft via het amendement Stuur op langdurig sociale huurwoningen 1 van de vier aanbevelingen geschrapt. vervolgens is het geamendeerde raadsvoorstel unaniem aangenomen in december 2022.

Aanbevelingen:

  1. Maak helder dat de betaalbaarheidsambitie is gericht op toegevoegde Nieuwbouwwoningen. 
  2. Stel doelen voor betaalbare woningbouw ook in absolute aantallen 
  3. Overweeg ook een ambitie te formuleren voor goedkope huurwoningen die gerealiseerd worden door private ontwikkelaars. Aanbeveling drie is door de raad geschrapt. 
  4. Laat alle toekomstige rapportages aansluiten op de gemeentelijke betaalbaarheidsambitie. De voortgangsrapportages kunnen daarmee meer inzicht geven in hoe het staat met de realisatie van de betaalbaarheidsambitie. Momenteel wordt bijvoorbeeld in enkele rapportages de nieuwbouwcategorie goedkope huur bij middeldure huur geteld, terwijl voor de goedkope huur géén ambitie is geformuleerd. 

STATUS: Het college is van mening dat de aanbevelingen voor dit onderzoek zijn opgevolgd en zal een raadsvoorstel opstellen om dit te laten bekrachtigen door de raad.

2025 
Koers op groen (Groen in de buitenruimte)  
In september 2025 heeft de Rekenkamer het rapport Koers op groen (RIS323316) gepubliceerd. Hierin is onderzocht of het gemeentebestuur op koers ligt voor het realiseren van zijn ambities voor groen in de stad. De Rekenkamer oordeelt dat het gemeentebestuur onvoldoende doelgericht werkt aan de vergroening van de stad. Hoewel het groen in de stad de afgelopen jaren is toegenomen, is het niet duidelijk of de gemeente op koers ligt om haar doelen voor groenontwikkeling te realiseren. Ook waarborgt het college onvoldoende dat de uitvoering van het groenbeleid is gericht op het realiseren van de gestelde doelen.  

De rekenkamer beveelt aan dat de raad een samenhangende visie met concrete doelen vaststelt en dat het college dit vertaalt naar een planmatige aanpak met een duidelijk budget. Daarnaast wordt aanbevolen dat het college alle informatie bijhoudt die nodig is om de voortgang op de doelen te meten en dat het hier volledig en juist over rapporteert naar de raad. 

Het college neemt de aanbevelingen voortvarend ter hand, met in achtneming van enkele randvoorwaarden benoemd in de reactie van het college (DSB/10920523). Hierbij moet gedacht worden aan randvoorwaarden ten aanzien van de kwalitatieve ontwikkeling van groen en met betrekking tot externe factoren zoals weer en ziektes. De reactie van het college op het onderzoek is aangenomen door de raad op 13 november jl. Met het aannemen van het raadsvoorstel heeft de raad het college opgedragen binnen twee maanden na het besluit van de raad een planning naar de raad te sturen over de opvolging van de aanbevelingen (overeenkomend met aanbeveling 5 van de Rekenkamer).  

Aanbevelingen:

  1. Stel als raad een samenhangende visie vast voor de ontwikkeling van het groen in de stad met daarin concrete doelen voor de ontwikkeling van het groen in Den Haag en vraag het college hier een voorstel voor op te stellen, waarin tenminste is vastgelegd:  
    1. Wat er onder doel-gerelateerde termen als vergroening, ontstening en kwalitatieve ontwikkeling wordt verstaan;  
    2. Op welke soorten groen een doel is gericht en daarbij onderscheid te maken tussen de verschillende rollen die de gemeente vervult met betrekking tot groen in eigen beheer en groen in beheer van derden;  
    3. Bij welke waarde een doel bereikt is en hoe dat gemeten gaat worden;  
    4. Wat daarmee bereikt wordt ten opzichte van de huidige situatie;  
    5. Welke activiteiten nodig zijn om de doelen te bereiken;  
    6. Wanneer het gewenste eindresultaat bereikt moet zijn. 
  2. Draag het college op de door de raad vastgestelde visie en doelen voor groen te vertalen naar een planmatige aanpak met de daarvoor benodigde middelen en daarbij in ieder geval aan te geven:  
    1. Hoe de activiteiten bijdragen aan de vastgestelde doelen;  
    2. Hoe de beschikbare middelen gekoppeld zijn aan de uit te voeren activiteiten;  
    3. Voor de realisatie van de doelen de daarvoor benodigde middelen in het plan op te nemen, dan wel aan de raad een voorstel te doen om het ambitieniveau van de doelen aan te passen. 
  3. Draag het college op de realisatie van activiteiten en de voortgang op het bereiken van alle door de raad vastgestelde doelen bij te houden en daarbij in ieder geval vast te leggen wat per doel:  
    1. Jaarlijks is gerealiseerd;  
    2. Wat het resultaat is van de gerealiseerde activiteiten;  
    3. In hoeverre daarmee bijgedragen is aan het bereiken van het betreffende doel. 
  4. Draag het college op de raad in samenhang en op eenduidige wijze, periodiek te voorzien van alle relevante voortgangsinformatie, waarbij die informatie ten minste:  
    1. Betrekking heeft op alle vastgestelde doelen  
    2. Inzicht biedt in de kwantitatieve én kwalitatieve ontwikkeling van het groen;  
    3. Onderscheid maakt tussen ontwikkeling van het groen in de hele stad en groen in beheer van de gemeente;  
    4. Inzicht biedt in het doelbereik;  
    5. Van genoeg duiding is voorzien zodat duidelijk wat wel en wat niet zichtbaar is met de beschikbare gegevens. 
  5. Draag het college op binnen twee maanden nadat de raad een besluit heeft opgenomen over deze aanbevelingen een planning naar de raad te sturen voor de opvolging van de voorgaande aanbevelingen. 

STATUS: De aanbevelingen zijn in behandeling. Na het afronden van de Omgevingsvisie 2050, de visie ‘Ruimte voor groen en water’ (RIS323250) en het Thematisch Omgevingsprogramma Groen en Water zal het college een raadsvoorstel opstellen, waarmee de raad kan besluiten dat opvolging is gegeven aan de aanbevelingen van de rekenkamer.

Armoederegelingen 'Een helpende hand'  
De Haagse gemeenteraad verzocht de rekenkamer in een motie onderzoek te doen naar het armoedebeleid. Deze publicatie (RIS323204) geeft inzicht in de opzet en werking van de Haagse armoederegelingen en mogelijke gemeentelijke invloed op de armoedecijfers. Hierbij is gekeken op welke aspecten van bestaanszekerheid een bijdrage wordt geleverd. Ook is een vergelijking gemaakt met het armoedebeleid van andere gemeenten. Hiervoor zijn verschillende landelijke onderzoeken en data gebruikt. In de Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen (RIS323792) is door het college een reflectie gegeven op het rapport van de Rekenkamer. 

STATUS: Deze publicatie is informerend van aard en bevat geen bestuurlijke oordelen of aanbevelingen.

Deze pagina is gebouwd op 05/01/2026 14:05:29 met de export van 05/01/2026 10:15:30