Programmarekening op hoofdlijnen
Het financieel resultaat over het jaar 2025 is € 64,4 mln. positief. In totaal heeft de gemeente bijna € 3,9 mld. uitgegeven. Daarmee is het resultaat ongeveer 1,7% van de totale uitgaven. Dit is iets hoger dan het financieel resultaat over 2024: € 49,9 mln.; gelijk aan 1,4% van de totale uitgaven. In dit hoofdstuk wordt het resultaat op hoofdlijnen nader geduid. Hiervoor wordt eerst stilgestaan bij het resultaat per programma en vervolgens bij de grootste afwijkingen op het investeringsprogramma toegelicht. In het laatste deel van dit eerste hoofdstuk wordt de relatie gelegd met de financiële positie van de gemeente Den Haag en tot slot wordt ingegaan op de uitkomsten van de rechtmatigheidsverantwoording.
De gemeentelijke inkomsten en uitgaven
De totale gemeentelijke inkomsten in 2025 zijn ruim € 3,9 mld. Het grootste deel hiervan, ongeveer 2/3e, is afkomstig van het Rijk. Het gaat hierbij zowel om het gemeentefonds als om middelen die het Rijk met een specifiek bestedingsdoel aan de gemeente geeft (specifieke uitkeringen). Een voorbeeld van zo een specifieke uitkering is de BUIG: de middelen die een gemeente ontvangt ter verstrekking van bijstandsuitkeringen. Bijna 15% van de totale inkomsten is afkomstig van bewoners en bezoekers van de stad, hierbinnen zijn de OZB en parkeerbelasting de belangrijkste inkomstenbronnen. Tot slot is ook een belangrijk deel van de inkomsten afkomstig uit eigen reserves; in totaal vormt dat ruim 10% van de inkomsten. De onderstaande figuur laat zien hoe de totale gemeentelijke inkomsten in 2025 over de begrotingsprogramma’s opgebouwd zijn:

De uitgaven tellen in 2025 op tot bijna € 3,9 mld. Het grootste deel hiervan heeft betrekking op het sociaal domein; de programma’s ‘werk en inkomen’ en ‘zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid’ zijn samen goed voor ongeveer de helft van de gemeentelijke uitgaven. Aanvullend op het sociaal domein is het beheer en onderhoud van de buitenruimte een onderwerp waar veel geld aan wordt uitgegeven, evenals cultuur en onderwijs. De onderstaande figuur laat zien hoe de totale gemeentelijke uitgaven in 2025 over de begrotingsprogramma’s verdeeld zijn:
1.1.1 Financieel resultaat per programma
Onderstaande tabel bevat het financieel resultaat over 2025 per begrotingsprogramma. Onder de tabel is vervolgens per programma een toelichting op dit resultaat opgenomen. Deze toelichting is beknopt en op hoofdlijnen. In hoofdstuk twee van deze programmarekening is een uitgebreide financiële verschillenverklaring opgenomen, waarin per activiteit de afwijking op zowel de lasten als de baten wordt toegelicht.
(incl. toevoegingen en onttrekkingen, bedragen x € 1.000,-) | ||||||
Programma | Begroting 2025 | Jaarrekening 2025 | Resultaat 2025 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
01 - Gemeenteraad | 18.050 | N | 17.559 | N | 491 | V |
02 - College en bestuur | 18.888 | N | 19.735 | N | -847 | N |
03 - Duurzaamheid, milieu en energietransitie | 43.012 | N | 37.549 | N | 5.463 | V |
04 - Openbare orde en veiligheid | 82.393 | N | 78.938 | N | 3.455 | V |
05 - Cultuur en bibliotheek | 147.573 | N | 147.016 | N | 556 | V |
06 - Onderwijs | 99.516 | N | 99.983 | N | -467 | N |
07 - Werk en inkomen | 291.928 | N | 288.890 | N | 3.038 | V |
08 - Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid | 728.162 | N | 717.386 | N | 10.776 | V |
09 - Buitenruimte | 161.194 | N | 159.959 | N | 1.236 | V |
10 - Sport | 58.032 | N | 57.483 | N | 549 | V |
11 - Economie | 44.266 | N | 41.938 | N | 2.328 | V |
12 - Mobiliteit | 111.657 | N | 110.197 | N | 1.459 | V |
13 - Stadsontwikkeling en wonen | 86.660 | N | 69.203 | N | 17.456 | V |
14 - Stadsdelen, integratie en dienstverlening | 148.769 | N | 146.465 | N | 2.304 | V |
15 - Financiën | 2.336.622 | V | 2.346.498 | V | 9.876 | V |
16 - Overhead | 296.523 | N | 289.787 | N | 6.736 | V |
Totaal | 0 | 64.410 | V | 64.410 | V | |
Programma 1 – Gemeenteraad € 0,5 mln. V
Het voordeel van € 0,5 mln. bestaat uit verschillende kleine voordelen bij de griffie, de rekenkamer en de gemeentelijke accountantsorganisatie. Hiertegenover staat een nadeel door de inzet van extra personeel bij de ombudsman.
Programma 2 – College en bestuur € 0,8 mln. N
Het nadeel van € 0,8 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een nadeel van € 3 mln. als gevolg van de wettelijk verplichte aanvulling van de voorziening pensioenen door de nieuwe Wet toekomst pensioenen.
- Een voordeel van € 1,6 mln. bij verkiezingen vanwege een extra ontvangen Rijksbijdrage voor Kiezers buiten Nederland en het Kiescollege. Dit is bedoeld voor de voorbereidingen voor het kiescollege niet ingezetenen bij de provinciale statenverkiezingen in 2027.
- Een aantal kleinere voordelen dat optelt tot € 0,6 mln. Bijvoorbeeld op collegehuisvesting, -representatie en -vervoer.
Programma 3 – Duurzaamheid, milieu en energietransitie € 5,5 mln. V
Het voordeel van € 5,5 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een voordeel op de activiteit energietransitie van € 3,2 mln. Dit voordeel is voornamelijk ontstaan doordat de realisatie van de Solar Carport en de aanleg van de collectorsvelden is vertraagd. Daarnaast is de vaststelling van de subsidieregeling ‘proeftuin Bouwlust aardgasvrije wijk’ vertraagd, waardoor uitbetalingen nog niet in 2025 hebben kunnen plaatsvinden.
- Een voordeel van € 0,8 mln. doordat het vervangen van de verkeersborden voor de zero-emissiezone in het centrum, en het daadwerkelijk handhaven voor de kuststrook, in Q1 2026 plaatsvinden. De reden voor het uitstellen van deze uitgave is dat de noodzakelijke landelijke wetgeving in september 2025 vastgesteld is, waardoor een aantal zaken over de jaargrens zijn verplaatst.
- Een voordeel van € 0,7 mln., omdat de sloopregeling voor oude bestelauto’s begin oktober 2025 is ingegaan en er minder aanvragen ingediend zijn dan begroot. De regeling is verlengd tot en met 30 juni 2026.
- Diverse kleine afwijkingen die bij elkaar optellen tot een voordeel van € 0,8 mln.
Programma 4 – Openbare orde en veiligheid € 3,5 mln. V
Het voordeel van € 3,5 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een voordeel van € 2,4 mln. op de kosten voor de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH). Dit wordt veroorzaakt doordat de VRH een bezuiniging heeft doorgevoerd en enkele incidentele voordelen heeft gerealiseerd.
- Een voordeel van € 0,7 mln. door de toekenning van Rijksmiddelen aan het Zorg en Veiligheidshuis Haaglanden voor de aanpak voor personen met verward gedrag en hoog veiligheidsrisico. Omdat deze inzet aanvankelijk uit eigen middelen begroot was, is een voordeel ontstaan.
- Een voordeel van € 0,4 mln. dat wordt veroorzaakt door diverse kleine voor- en nadelen.
Programma 5 – Cultuur en bibliotheken € 0,6 mln. V
Het voordeel van € 0,6 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een nadeel van € 1,6 mln. op de activiteit Bibliotheken o.a. door meer inhuur- en facilitaire kosten als gevolg van intensiever gebruik van bibliotheken (meer schoonmaak en meer beveiliging), daarnaast was er sprake van een nieuwe aanbesteding waardoor de kosten voor schoonmaak duurder uitvielen.
- Een voordeel van € 1,2 mln. door lagere kosten voor het onderhoud aan accommodaties voor de kunstbeoefening.
- Een voordeel van € 0,4 mln. op de activiteit Archeologie, doordat bepaalde kosten die zijn gemaakt voor het renovatieproject Binnenhof door het Rijksvastgoedbedrijf worden betaald.
- Een voordeel van € 0,6 mln. als saldo van verschillende overige voor- en nadelen.
Programma 6 – Onderwijs € 0,5 mln. N
Het nadeel van € 0,5 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een nadeel van € 0,8 mln. op onderwijsbeleid door hogere kosten voor onder andere het nationaal programma onderwijs, onderwijsachterstandenbeleid en schoolzwemmen.
- Een voordeel van € 0,3 mln. op het beheer en onderhoud van kinderopvanglocaties. Met name door vertraging als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt en langere levertijden.
- Een voordeel van € 0,2 mln. op leerlingenvervoer, omdat er minder ritten zijn gereden dan vooraf begroot.
- Een nadeel van € 0,3 mln. door hogere kosten in de uitvoering van het programma onderwijshuisvesting.
- Een voordeel van € 0,1 mln. als saldo van verschillende overige voor- en nadelen.
Programma 7 – Werk en inkomen € 3,0 mln. V
Het voordeel van € 3,0 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een voordeel van € 3,3 mln. op de sociale werkvoorzieningen doordat overhead en salarislasten lager zijn uitgevallen dan begroot.
- Een nadeel van € 4,9 mln. op inburgering doordat het aantal inburgeraars waar de rijksbijdrage op is gebaseerd lager is dan het aantal inburgeraars dat daadwerkelijk wordt begeleid. Dit komt voornamelijk doordat een groot gedeelte van de doelgroep langer dan de geldende termijn van 3 jaar nodig heeft om in te burgeren.
- Een voordeel van € 1,7 mln. op schuldhulpverlening via de Gemeentelijke Kredietbank (GKB) door een gunstige rentestand en goudprijs.
- Een voordeel van € 4,3 mln. op inkomen doordat het definitieve BUIG-budget hoger is uitgevallen dan de eerdere voorlopige bijdrage.
- Een nadeel van € 1,6 mln. op re-integratie doordat het aantal mensen dat gebruik maakte van onze dienstverlening hoger lag dan begroot.
- Een voordeel van € 0,2 mln. op overige kleine zaken.
Programma 8 – Zorg, welzijn, volksgezondheid en jeugd € 10,8 mln. V
Het voordeel van € 10,8 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een nadeel van € 5,3 mln. op maatschappelijke opvang, vanwege de toenemende problematiek rondom dakloosheid. De voornaamste redenen voor dit nadeel zijn de stijgende kosten van verschillende vaste opvanglocaties, de winteropvang en de hotelopvang. Hierover bent u eerder geïnformeerd in de voortgangsrapportage aanpak dakloosheid (RIS322995).
- Een incidenteel voordeel van ongeveer € 1,7 mln. op de verschillende Wmo-onderdelen. De voordelen zijn er op de Wmo-maatwerkvoorzieningen, maatwerkarrangementen van begeleiding, dagbesteding en PGB en op de toegang wijkteams. Hiertegenover staan nadelen op de maatwerkarrangementen van huishoudelijke hulp, beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
- Een voordeel op jeugd van € 4,9 mln. In de begroting is € 24 mln. extra ingezet om het verwachte tekort op de jeugdhulp in 2025 te dekken. Ten opzichte van deze bijgestelde begroting is nu een voordeel van € 4,9 mln. gerealiseerd. Zonder deze extra middelen zou er sprake zijn van een tekort van ongeveer € 19,1 mln. dat vooral ontstaat bij de regionale en lokale inkoop van jeugdhulp.
- Een voordeel op nieuwkomers van € 7,2 mln. omdat de rijksbijdrage over 2023 definitief is vastgesteld. Deze bijdrage is gebaseerd op een standaard vergoeding per dag; in 2023 was deze vergoeding hoger dan de daadwerkelijke kosten, waardoor deze vaststelling tot een voordeel leidt.
- Een voordeel op participatie en welzijn van € 2,2 mln. Het overschot wordt voor € 1,1 mln. veroorzaakt doordat de kosten voor onderhoud van panden lager zijn uitgevallen en voor € 1,1 mln. doordat een aantal vacatures niet ingevuld kon worden en daardoor de uitvoering op sommige onderdelen ook licht achter is gebleven.
- Een voordeel van € 0,1 mln. bestaande uit diverse overige voor- en nadelen.
Programma 9 – Buitenruimte € 1,2 mln. V
Het voordeel van € 1,2 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een nadeel op het onderhoud van civiele kunstwerken en waterbeheer van € 2,5 mln. De werkvoorraad is, net zoals in 2024, hoog als gevolg van een achterstand in het beheer en onderhoud. In het kader van veiligheid en bereikbaarheid zijn noodzakelijke werkzaamheden opgepakt. Tot slot zijn de baggerkosten binnenwateren hoger uitgevallen door indexatie en een inhaalslag op de werkvoorraad.
- Een voordeel op het MJPK van € 2,6 mln. Bij de kleine investeringsprojecten (kleiner dan € 2,5 mln.) van het MJPK is een voordeel gerealiseerd. De besteding van de kleine projecten is onder andere afhankelijk van het uitvoeringsmoment en kent een grillig verloop tussen jaarschijven.
- Een voordeel op het onderhoud van vastgoed van € 0,7 mln.
- Diverse kleine afwijkingen die bij elkaar optellen tot een voordeel van € 0,4 mln.
Programma 10 – Sport € 0,5 mln. V
Het voordeel van € 0,5 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een voordeel van € 2,1 mln. door hogere inkomsten uit verhuur en als gevolg van een toename in het gebruik van sportaccommodaties.
- Een nadeel van € 1,2 mln. door extra inhuur die noodzakelijk was om de sportvoorzieningen te kunnen exploiteren. Deze kosten hangen samen met voornoemde inkomsten door het toegenomen gebruik.
- Een nadeel van € 1,7 mln. door hogere kosten aan het onderhoud van vastgoed en sportaccommodaties.
- Een voordeel van € 1,2 mln. door ontvangsten vanuit het Rijk en verrekeningen met het Rijk.
- Diverse kleine afwijkingen die optellen tot een voordeel van € 0,1 mln.
Programma 11 – Economie € 2,3 mln. V
Het voordeel van € 2,3 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een voordeel van € 0,9 mln. door onderbesteding op het realiseren van kleinschalige bedrijfsruimte en projecten die onderdeel uitmaken van de regiodeal Zuidwest.
- Een voordeel van € 0,6 mln. doordat de kosten van het onderhoud aan het World Forum meevielen.
- Een voordeel van € 0,6 mln. op het Loosduinse Hoofdplein, omdat het groenplan en de subsidieregeling voor gevels vertraging hebben opgelopen.
- Diverse kleine afwijkingen die bij elkaar optellen tot een voordeel van € 0,2 mln.
Programma 12 – Mobiliteit € 1,5 mln. V
Het voordeel van € 1,5 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een nadeel op de kosten voor INTHR van € 3,7 mln. Op grond van de samenwerkingsovereenkomst is 25% van de kosten voor het uitgevoerde werk van HTM aan INTHR bij de gemeente in rekening gebracht. Hier was onvoldoende rekening mee gehouden in de begroting.
- Een voordeel op de pilot gratis OV voor kinderen van € 1,9 mln. In de begroting is rekening gehouden met het maximaal aantal kinderen dat zich aanmeldt en een gemiddeld aantal ritten. In de praktijk is gebleken dat deze pilot succesvol is en dat ongeveer 55% van de in aanmerking komende kinderen zich heeft aangemeld. Door een langere aanbestedingsprocedure is de pilot eind maart 2025 gestart, waardoor de kosten lager uitvallen.
- Een voordeel op de kosten voor parkeren en parkeerhandhaving van € 1,6 mln., met name als gevolg van vacatureruimte.
- Een voordeel voor parkeren op straat van € 1,7 mln. Dit is ontstaan door uitgesteld onderhoud aan parkeergarages, het plaatsen van goedkopere refurbished parkeerautomaten en uitstel van het invoeren van betaald parkeren in een aantal gebieden.
- Een voordeel van € 1,6 mln. door hogere subsidie inkomsten voor de Velostrada Delft – Leiden en door overeenstemming over de bijdragen over 2023 en 2024 vanuit de MRDH en het ministerie van I&W voor de Oude Lijn.
- Een nadeel van € 1,7 mln. op HOV Vlietlijn. In verband met de complexe verkeerskundige knelpunten, onder meer ter hoogte van de sporendriehoek en Binck36 is extra onderzoek gedaan en zijn twee varianten uitgewerkt tot een SO+ (RIS323596). Dit heeft geleid tot hogere kosten binnen het project.
- Diverse overige afwijkingen die bij elkaar optellen tot een voordeel van € 0,1 mln.
Programma 13 – Stadsontwikkeling en wonen € 17,5 mln. V
Het voordeel van € 17,5 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een nadeel op grondexploitaties van € 0,9 mln. Dit voordeel vloeit voort uit de herijking van de parameters onderliggend aan de grondexploitaties. Deze herijking wordt elk jaareinde uitgevoerd en heeft geleid tot een lichte verbetering van de grondexploitaties.
- Een voordeel op stadsvernieuwing van € 14,5 mln. Dit is het gevolg van een vrijval van de voorziening, door een verbetering van het resultaat van de wijkontwikkelmaatschappij Zuidwest (€ 6,4 mln.), een positief resultaat door de afwikkeling van de ontwikkelmaatschappij Wateringsveld (€ 3,6 mln.) en een voordeel door de inkomsten vanuit het Rijk voor de realisatiestimulans (€ 3,2 mln.). Daarnaast is er sprake van € 1,4 mln. onderbesteding door vertraging in de besluitvorming over het verplaatsen van het gasoverslagstation in de Binckhorst en een nadeel van € 0,1 mln. op andere onderwerpen binnen deze activiteit.
- Een voordeel op de activiteit wonen van € 5,0 mln. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door vertraging bij projecten uit het doorbraakplan en het urgentieprogramma sociale en betaalbare woningbouw.
- Diverse andere afwijkingen die bij elkaar optellen tot een nadeel van € 1,1 mln.
Programma 14 – Stadsdelen, integratie en dienstverlening € 2,3 mln. V
Het voordeel van € 2,3 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een voordeel op Burgerzaken van € 2,5 mln. doordat er minder reisdocumenten zijn uitgegeven dan begroot en doordat vacatures moeilijk in te vullen waren. Een aantal nieuwe functies kon pas in de tweede helft van het jaar ingevuld worden en ook door personeelsverloop is er onderbesteding op de personeelslasten ontstaan.
- Een voordeel van € 1,3 mln. binnen de activiteit participatie. Dit voordeel is veroorzaakt doordat er een aantal subsidies lager zijn vastgesteld, met terugbetaling tot gevolg. Daarnaast is het bij het team Haags Samenspel niet gelukt om een aantal tijdelijke vacatures in te vullen. Ook zijn de kosten voor het onderhoud van vastgoed lager dan begroot. Tot slot is er minder gebruik gemaakt van de subsidieregeling leefbaarheid en bewonersparticipatie.
- Een nadeel van € 1,2 mln. door de uitvoering van een aantal noodzakelijke extra groenwerkzaamheden.
- Diverse kleine afwijkingen die bij elkaar optellen tot een nadeel van € 0,3 mln.
Programma 15 – Financiën € 9,9 mln. V
Het voordeel van € 9,9 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een voordeel van € 16,0 mln. op de algemene uitkering gemeentefonds, door de inkomsten vanuit de september- en decembercirculaire.
- Een nadeel doordat er € 17,5 mln. minder is onttrokken aan de gemeentebrede reserves dan begroot. Dit komt door vertraging bij de projecten die vanuit deze reserves gedekt worden en hier staan dan ook voordelen op het betreffende beleidsprogramma tegenover. Het gaat hierbij met name om de programma’s duurzaamheid, milieu en energietransitie en stadsontwikkeling en wonen.
- Een voordeel van € 6,2 mln. op erfpacht. Dit resultaat bestaat voornamelijk uit voordelen op de erfpachtbaten en lagere taxatiekosten en nadelen op apparaat en het actualiseren van de voorziening canonrestitutie.
- Een voordelig resultaat op de belastingen van € 5,0 mln. bestaande uit een nadeel op de lasten door onder andere de vorming van een voorziening voor de naheffingsaanslagen parkeren en een voordeel op de geheven belastingen, met name ten aanzien van de OZB niet-woningen.
- Een voordeel van € 0,2 mln. opgebouwd uit diverse kleinere voor- en nadelen.
Programma 16 – Overhead € 6,7 mln. V
Het voordeel van € 6,7 mln. bestaat voornamelijk uit:
- Een voordeel op onderhouds- en facilitaire projecten van € 3,1 mln., ontstaan doordat aanbestedingstrajecten langer liepen dan verwacht.
- Een voordeel op personele lasten van € 2,6 mln. Dit is ontstaan door het terugdringen van externe inhuur, vacatures die later of maar gedeeltelijk zijn ingevuld, en doordat de loonstijgingen vanuit de cao pas later in het jaar van kracht werden.
- Een voordeel in de exploitatie van vastgoed van € 2,3 mln. als gevolg van meevallende energietarieven en voordelige afrekeningen met externe partijen uit voorgaande jaren.
- Afwijkingen op andere onderdelen binnen het programma overhead, waaronder het subsidiebureau en de bestuursondersteuning, tellen bij elkaar op tot een nadeel van € 1,3 mln.
1.1.2 Financieel resultaat meerjarig investeringsprogramma
De onderstaande tabel bevat de begrote en gerealiseerde investeringsuitgaven voor 2025 per programma. Onder de tabel worden de programma’s met een afwijking van meer dan € 5 mln. kort en op hoofdlijnen toegelicht. Een uitgebreidere toelichting bij elk programma is opgenomen in de programmaverantwoording, hoofdstuk 2 van deze programmarekening. In algemene zin is onderuitputting op investeringsbudgetten vaak het gevolg van vertraging binnen een project. Het geld kan in dergelijke gevallen daarom niet op een andere manier worden ingezet, omdat de werkzaamheden in de toekomst alsnog uitgevoerd zullen worden.
bedragen x € 1.000,- | |||
Programma | Begroting 2025 | Realisatie 2025 | Afwijking 2025 |
|---|---|---|---|
01 - Gemeenteraad | 2.977 | 1.110 | 1.867 |
03 - Duurzaamheid, milieu en energietransitie | 13.421 | 9.830 | 3.591 |
05 - Cultuur en bibliotheek | 11.532 | 5.348 | 6.184 |
06 - Onderwijs | 35.819 | 31.519 | 4.300 |
07 - Werk en inkomen | 5.620 | 1.533 | 4.087 |
08 - Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid | 7.709 | 5.077 | 2.632 |
09 - Buitenruimte | 110.324 | 94.186 | 16.138 |
10 - Sport | 25.759 | 10.197 | 15.562 |
11 - Economie | 1.911 | 1.517 | 394 |
12 - Mobiliteit | 36.790 | 34.929 | 1.861 |
13 - Stadsontwikkeling en wonen | 13.193 | 17.964 | -4.771 |
14 - Stadsdelen, integratie en dienstverlening | 7.054 | 4.314 | 2.740 |
15 - Financiën | 15.175 | 846 | 14.329 |
16 - Overhead | 29.682 | 19.297 | 10.385 |
Totaal | 316.968 | 237.667 | 79.301 |
Programma 5 – Cultuur en bibliotheek € 6,2 mln.
De lagere investeringsuitgaven binnen dit programma bestaan voornamelijk uit:
- € 1,9 mln. doordat de verbouwing van de bibliotheken in Wateringseveld, Benoordenhout en Mariahoeve – op basis van verslaggevingsregels – niet als investering verwerkt mogen worden. Dit komt doordat de gebouwen geen gemeentelijk eigendom zijn. Het investeringsbudget is omgezet in regulier budget, zodat de verbouwingen alsnog plaats kunnen vinden.
- € 2,0 mln. door lagere investeringen in musea. Zo is de bouw van het nieuwe Eschermuseum in de Amerikaanse ambassade door externe ontwikkelingen aangehouden. Bij het Fotomuseum en het Kunstmuseum zijn voorbereidingen getroffen voor het vervangen van installaties, maar deze vervanging vindt pas in 2026 plaats. Tot slot is de verbouwing van Muzee uitgesteld naar 2026.
- € 1,7 mln. als gevolg van een presentatiefout in het budget van de Noodzetel.
- De resterende € 0,6 mln. bestaat uit onderuitputting binnen het IHP cultuur en bibliotheek en op overige investeringen in accommodaties voor kunstbeoefening.
Programma 9 – Buitenruimte € 16,1 mln.
De lagere investeringsuitgaven binnen dit programma bestaan voornamelijk uit:
- € 9,1 mln. door vertraging van de werkzaamheden aan de Hubertustunnel. Als gevolg hiervan zijn ook de werkzaamheden aan het viaduct bij de afrit Raamweg vertraagd, omdat deze pas kunnen starten nadat de werkzaamheden aan de Hubertustunnel afgerond zijn.
- € 1,6 mln. doordat de werkzaamheden aan de Westlandse Zoom tegen lagere kosten zijn uitgevoerd.
- € 1,3 mln. doordat de kosten voor het wijkpark Transvaal niet volledig voor rekening van de gemeente komen. In de oorspronkelijke raming was hier wel van uitgegaan.
- € 1,1 mln. door lagere kosten voor ORACS en afvalsorteerstraatjes. Dit komt enerzijds, omdat het steeds complexer blijkt om geschikte locaties te vinden voor het plaatsen van ORACS en anderzijds doordat de vervanging van ORACS, door lage staalprijzen, goedkoper uitpakte.
- € 1,0 mln. door vertraging van de renovatie aan de Vissershavenstraat. Deze vertraging is ontstaan omdat er tijdens de renovatie afwijkingen geconstateerd zijn en hier eerst onderzoek naar plaats moest vinden, voor met de bouw verder gegaan kon worden.
- De overige € 2,0 mln. bestaat uit diverse kleinere afwijkingen op de investeringen binnen dit programma.
Programma 10 – Sport € 15,6 mln.
De lagere investeringsuitgaven binnen dit programma bestaan voornamelijk uit:
- € 9,1 mln. door lagere uitgaven aan het IHP sport. Deze lagere uitgaven zijn het gevolg van vertraging in het ontwerpproces voor de renovatie van de Lindoduin; vertraging in de ontwerpfase van het zwembad Zuiderpark (een eerste ontwerp is afgekeurd door de Welstandscommissie) en vertraging in de voorbereiding van de werkzaamheden aan het sportterrein Escampcarré.
- € 4,0 mln. door lagere bestedingen aan sport- en spelaccommodaties. Het gaat hierbij met name om uitstel van de verduurzaming van sportcomplex Overbosch. Dit project is uitgesteld naar 2026, omdat er – door de grootte en complexiteit van het project – meer voorbereidingstijd nodig was.
- € 2,9 mln. door lagere uitgaven bij de aanleg van sportvelden en sportterreinen. Het gaat hier om diverse projecten en verschillende oorzaken, zoals bijvoorbeeld het niet verkrijgen van een aanlegvergunning voor een gronddepot.
- Tot slot is er sprake van € 0,4 mln. hogere uitgaven in 2025 aan de voorbereiding voor de nieuwbouw van sporthal Loosduinen.
Programma 15 – Financiën € 14,3 mln.
Voor de waarde van gronden die nieuw in erfpacht worden uitgegeven wordt jaarlijks een vast bedrag van € 15 mln. begroot. In 2025 hebben er zes nieuwe uitgiften plaatsgevonden, echter is in alle gevallen de canon afgekocht. Wanneer dit gebeurt, wordt de waarde van de grond niet op de balans geactiveerd; dit veroorzaakt de afwijking op de investeringen binnen dit programma.
Programma 16 – Overhead € 10,4 mln.
De lagere investeringsuitgaven binnen dit programma bestaan voornamelijk uit:
- € 3,2 mln. door vertraging in het vervangen van de installaties aan de Loudonstraat. Deze vertraging is ontstaan, omdat er meer tijd nodig was voor het doorlopen van het aanbestedingsproces.
- € 2,8 mln. door lagere kosten voor de reguliere vervanging van hard- en software. Dit is met name het gevolg van marktomstandigheden en uitloop in het aanbestedingstraject.
- € 1,6 mln. doordat de dakrenovatie van het stadhuis meerdere malen is uitgesteld, omdat er nog niet aan de randvoorwaarden was voldaan. Zo is de sloopmelding meermaals afgekeurd, waardoor er geen kraan geplaatst mocht worden op de Turfmarkt.
- De resterende € 2,8 mln. bestaat uit diverse kleinere afwijkingen op de investeringen binnen dit programma.
1.1.3 Financiële positie
Om de financiële positie van een gemeente te kunnen beoordelen, moet verder worden gekeken dan alleen het financieel resultaat. Een positief financieel resultaat betekent namelijk niet per definitie dat een gemeente er financieel ook goed voor staat. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een gemeente geld overhoudt, maar tegelijkertijd niet beschikt over voldoende financiële buffers. Om meer gevoel te krijgen bij de financiële positie van een gemeente, moet het financieel resultaat daarom worden bezien in samenhang met het weerstandsvermogen en de financiële kengetallen.
Het weerstandsvermogen
De algemene reserve is de belangrijkste risicobuffer van de gemeente. Het geld in de algemene reserve wordt ook wel het weerstandsvermogen genoemd. In de kadernota weerstandsvermogen (RIS320223) is bepaald dat de algemene reserve altijd 3% van de gerealiseerde lasten moet bevatten. Op basis van deze programmarekening is dat € 105,9 mln. Bij de resultaatbestemming wordt voorgesteld om een deel van het resultaat uit deze programmarekening toe te voegen aan de algemene reserve. Daarmee stijgt de algemene reserve naar € 128,9 mln. en wordt voldaan aan de vereiste hoogte.
Daarnaast wordt elk jaar, bij de begroting en bij de jaarrekening, het risicoprofiel geactualiseerd. De actualisatie in deze programmarekening resulteert in een risicoprofiel van € 110,0 mln. Voor het risicoprofiel geldt dat als dit binnen een bandbreedte van 20% van de vereiste hoogte van het weerstandsvermogen is, het weerstandsvermogen hier niet op aangepast wordt. Het geactualiseerde risicoprofiel valt binnen deze bandbreedte en hiermee is het weerstandsvermogen toereikend.
De financiële kengetallen
Vanuit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden vijf kengetallen voorgeschreven op basis waarvan de financiële positie van een gemeente wordt beoordeeld. Voor elk van deze kengetallen is door de provincie een norm bepaald, die aangeeft in welke financiële risicocategorie een gemeente zich op basis van dit kengetal bevindt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in drie categorieën: minst risicovol, neutraal of meest risicovol. Onderstaande tabel geeft per kengetal de uitkomst van de afgelopen drie programmarekeningen aan en de classificering op basis van de risico-inschaling die de provincie hanteert.
Kengetal | 2023 | 2024 | 2025 | Norm provincie |
|---|---|---|---|---|
Netto schuldquote | 28,71% | 28,12% | 28,59% | Minst risicovol |
Solvabiliteit | 34,26% | 32,79% | 33,87% | Neutraal |
Grondexploitatie | 0,00% | 0,00% | 0,06% | Minst risicovol |
Structurele exploitatieruimte | 1,91% | 2,98% | 4,08% | Minst risicovol |
Belastingcapaciteit | 94,12% | 92,87% | 91,15% | Minst risicovol |
Voor vier van de vijf kengetallen valt Den Haag in de minst risicovolle categorie. Alleen met betrekking tot de solvabiliteit niet; dit kengetal is neutraal. De uitkomst van de kengetallen zegt met name iets over hoe kwetsbaar de financiële positie van de gemeente is. Zo heeft de gemeente relatief weinig schulden en is de financiële afhankelijkheid van grondexploitaties zeer klein, waarmee wordt voorkomen dat de volatiliteit van de grondexploitaties door kan werken in de hele gemeentelijke begroting. Bovendien zijn de kengetallen door de jaren heen vrij stabiel. Meer informatie over het weerstandsvermogen, de financiële kengetallen en duiding bij de uitkomsten 2025 is opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen.
Conclusie financiële positie
Op basis van het bovenstaande is de conclusie dat de gemeente Den Haag een duurzame en gezonde financiële positie heeft. Er is sprake van een positief resultaat, het weerstandsvermogen is op peil en uit de financiële kengetallen blijkt dat de gemeente in staat is om een financiële tegenvaller op te vangen. Bovendien geven de afgelopen jaren in dit opzicht een vergelijkbaar beeld, waaruit blijkt dat de gemeente een evenwichtige financiële koers volgt.
1.1.4 Financiële voortgang specifieke onderwerpen
In de programmarekening 2023 was op vier onderdelen sprake van een omvangrijke financiële afwijking. Het ging om de grondexploitaties, Wmo, jeugdzorg en parkeren. Daarom is in de begroting 2025 aangekondigd dat de uitgaven en inkomsten op deze vier onderwerpen nauwlettend worden gevolgd en dat hierover ook steeds zal worden gerapporteerd. Nadien is in elk Planning en Control(P&C) -product expliciet stilgestaan bij deze onderwerpen. Met deze programmarekening komt de P&C-cyclus over het jaar 2025 tot een einde.
De financiële resultaten over 2025 op deze onderwerpen zijn voor drie van de vier onderwerpen in lijn met de prognose die is afgegeven in de najaarsnota. Voor de grondexploitaties is in de najaarsnota geen prognose afgegeven. Het resultaat op dit onderdeel is € 0,9 mln. negatief en daarmee ook in lijn met de begroting. In hoofdstuk twee van de programmarekening is in de betreffende programma’s een uitgebreide toelichting op de financiën per onderwerp opgenomen.
Hiermee kan geconcludeerd worden dat er meer grip is gekregen op de financiën rondom deze onderwerpen. Daarom wordt er vanaf nu enkel nog op de reguliere wijze over deze onderwerpen gerapporteerd en worden deze niet meer expliciet uitgelicht in het eerste hoofdstuk van elk P&C-product. Dat laat onverlet dat de inzet en de aandacht die er de afgelopen jaren voor deze onderwerpen geweest is onverminderd blijft.
1.1.5 Rechtmatigheidsverantwoording
Met de rechtmatigheidsverantwoording wordt een oordeel gegeven over de vraag of de lasten in de programmarekening rechtmatig tot stand zijn gekomen. Hiervoor geldt een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten exclusief reservemutaties. Dit is gelijk aan € 70,6 mln. Over 2025 is in totaal voor € 38,1 mln. aan bevindingen geconstateerd. Dit valt binnen de geldende tolerantie van 2% en daarmee is de conclusie dat de lasten over 2025 rechtmatig tot stand zijn gekomen. In onderstaande tabel zijn de bevindingen per criterium opgenomen:
(bedragen × € 1.000) | |||
Onrechtmatigheden | Onduidelijkheden | Totaal | |
Begrotingscriterium | 13.454 | - | 13.454 |
Voorwaardencriterium | 22.573 | 2.061 | 24.634 |
Misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium | - | - | - |
Totaal | 36.027 | 2.061 | 38.088 |
Verantwoordingsgrens (2%) | 70.587 | ||
De onrechtmatigheden ten aanzien van het begrotingscriterium hebben betrekking op vijf verschillende programma's: college en bestuur, werk en inkomen, sport, mobiliteit en financiën. Al deze onrechtmatigheden zijn acceptabel op grond van de criteria die hiertoe zijn opgenomen in de financiële verordening. De bevindingen ten aanzien van het voorwaardencriterium hebben bijna volledig betrekking op de naleving van de wet- en regelgeving rondom aanbestedingen.
De rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in hoofdstuk 4.6 van deze programmarekening. Een toelichting op de bevindingen is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering. Hier wordt ook ingegaan op verbetermaatregelen die erop gericht zijn onrechtmatigheden zoveel mogelijk te beperken.

