Weerstandsvermogen
De paragraaf weerstandsvermogen geeft inzicht in de bepaling van het weerstandsvermogen, de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit en de financiële kengetallen.
Inleiding
Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is financieel adequaat snel te handelen bij calamiteiten en crisissen (exogene) risico's op te vangen.
Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen:
a. de beschikbare weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken;
b. de benodigde weerstandscapaciteit, zijnde alle risico’s waarvoor géén maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
In november 2024 is de kadernota weerstandsvermogen (RIS32020223) vastgesteld waarin de visie en spelregels van het weerstandsvermogen zijn vastgelegd. Gemeentes zijn volgens het BBV verplicht om in de Programmabegroting en de Programmarekening een paragraaf op te nemen waarin wordt gerapporteerd over het weerstandsvermogen. Deze paragraaf weerstandsvermogen is conform deze kadernota opgesteld.
De kadernota weerstandsvermogen stelt dat de beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve en de post onvoorzien en dat bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit alleen exogene risico’s worden opgenomen.
De hoogte van de algemene reserve wordt jaarlijks bij de programmabegroting vastgesteld op 3% van de gerealiseerde lasten van de laatst vastgestelde programmarekening. De hoogte van de algemene reserve wordt alleen tussentijds naar boven bijgesteld als:
· Het risicoprofiel evident wijzigt in omvang (>20%)
· Een calamiteit zich voordoet zoals een pandemie, natuurramp of een vorm van extreem geweld.
Het risicoprofiel van de gemeente wordt twee keer per jaar geactualiseerd. Dit doen we doen we aan de hand van de relevante criteria op basis van de Monte Carlo simulatie (zie hierna). Op basis van de uitkomsten (benodigde weerstandscapaciteit) uit dit model wordt gemonitord of de algemene reserve (beschikbare weerstandsvermogen) hoog genoeg is (dat wil zeggen binnen de marge van 20% blijft) of naar boven bijgesteld moet worden.
Indien een risico zich manifesteert, verloopt een beroep op de weerstandscapaciteit volgens de algemeen geldende regels inzake de budgettaire discipline en budgettaire besluitvorming van de gemeente Den Haag.
De hoogte van de algemene reserve wordt voor het begrotingsjaar 2026 berekend op € 105,9 mln. (3% van de gerealiseerde lasten van de programmarekening 2025). Dit betekent dat in de programmabegroting 2027-2031 de hoogte van de algemene reserve € 105,9 mln. moet bedragen. De totale weerstandscapaciteit incl. de post onvoorzien komt dan uit op € 106,7 mln.
De uitkomsten van het risicosimulatiemodel komen uit op € 110 mln. en geven op dit moment geen aanleiding om de hoogte van de algemene reserve naar boven bij te stellen.
In 2026 wordt het benodigde weerstandsvermogen geactualiseerd door middel van een stresstest. Hierbij worden alle risicocategorieën uit de kadernota meegenomen. De uitkomst van de stresstest wordt verwerkt in het risicoprofiel in de programmabegroting 2027-2031. De verwachting is dat de waardering van een aantal risico’s hierdoor kan wijzigen.
