Financiële kengetallen
Het BBV schrijft een set financiële kengetallen voor. Op basis van deze set kengetallen krijgt u in één oogopslag een beeld van de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel ziet u de kengetallen voor het verantwoordingsjaar 2025.
Samenvatting
Kengetallen | Jaarrekening 2024 | Begroting 2025 | Jaarrekening 2025 |
|---|---|---|---|
Netto schuldquote | 28,12% | 31,77% | 28,59% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 24,93% | 28,91% | 25,72% |
Solvabiliteitsratio | 32,79% | 31,11% | 33,87% |
Structurele exploitatieruimte | 2,98% | 0,96% | 4,08% |
Grondexploitatie | 0,00% | 0,00% | 0,06% |
Belastingcapaciteit | 92,87% | 91,15% | 91,15% |
EMU-saldo | -51.324 | -288.273 | -73.920 |
Netto schuldquote en Netto Schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen aan derden)
Netto schuldquote | jaarrekening 2024 | Jaarrekening 2025 |
|---|---|---|
Netto schuld | 933.303 | 1.008.922 |
Netto schuld gecorrigeerd | 827.262 | 907.621 |
Totale baten (exclusief mutaties reserves) | 3.318.903 | 3.529.097 |
Netto schuldquote | 28,12% | 28,59% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen | 24,93% | 25,72% |
De netto schuldquote geeft aan hoe de netto schuld van de gemeente zich verhoudt tot de jaarlijkse baten. Anders gezegd: kan met het jaarlijkse inkomen de schuld worden gedragen? Door de VNG is hiervan indicatief aangegeven dat gemeenten met een schuldquote van 130% of meer zich in de gevarenzone bevinden. Hierbij is een nuancering op zijn plaats. Het kan namelijk voorkomen dat gemeenten veel geld doorlenen aan derden, zoals bij woningcorporaties nogal eens het geval is. Om die reden is de ‘netto schuldquote gecorrigeerd’ ontwikkeld. Hierin is het doorleeneffect geëlimineerd en geeft daarmee een zuiverder beeld van de positie van de gemeente weer. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Financiering. De netto schuldquote in 2025 verschilt iets ten opzichte van 2024 en is ruim binnen de signaleringsgrens van 130 procent. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Financiering.
Solvabiliteitsratio
Solvabiliteitsratio | Jaarrekening 2024 | Jaarrekening 2025 |
|---|---|---|
Eigen vermogen | 1.271.891 | 1.271.647 |
Balanstotaal | 3.879.296 | 3.754.523 |
Solvabiliteit | 32,79% | 33,87% |
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het bezit op de balans gefinancierd is door het eigen vermogen. Solvabiliteit is een term uit de bankwereld. De solvabiliteit geeft aan in welke mate een bedrijf zijn langlopende schulden kan terugbetalen. Dat is voor een bank belangrijk bij zijn beslissing om een bedrijf al dan niet een langlopende lening te verstrekken. Hoe meer eigen vermogen een bedrijf heeft, hoe hoger de solvabiliteit. Als dat bedrijf dan verlies maakt, komt de terugbetaling van de langlopende lening niet in gevaar omdat dat verlies ten koste gaat van het eigen vermogen van het bedrijf. Als dat bedrijf verlies blijft maken, is er een bepaalde solvabiliteit nodig om dat bedrijf te kunnen liquideren zonder de terugbetaling van de lening in gevaar te brengen.
Bij de gemeente heeft de solvabiliteit als losstaand getal een beperkte betekenis. De kredietwaardigheid van de gemeente wordt niet bepaald door de solvabiliteit en de gemeente kan niet worden geliquideerd. Illustratief is dat het Rijk nooit zijn eigen solvabiliteit berekent. Het belangrijkste onderdeel van het weerstandsvermogen is de algemene reserve.
De gemeentelijke solvabiliteit laat in 2025 een stijging zien. Op langere termijn blijft echter sprake van een dalende ontwikkeling. Deze ontwikkeling is het gevolg van bewust financieel beleid.
De komende jaren blijft de solvabiliteit naar verwachting boven de signaleringswaarde van de VNG van 20%. De kengetallen voor de schuldquota’s blijven ruim onder de signaleringsgrens van 130 procent.
Structurele exploitatieruimte
Structurele exploitatieruimte | Jaarrekening 2024 | Jaarrekening 2025 |
|---|---|---|
kengetal structurele exploitatieruimte | 2,98% | 4,08% |
Het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ geeft inzicht in de mate de structurele lasten van de gemeente gedekt zijn door de structurele baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. En dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat de structurele baten niet toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. En dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. Het kengetal structurele exploitatieruimte komt uit op 4,08% voor 2025.
Dit wijkt af van de begroting, omdat er sprake is van enerzijds minder onttrekking uit de reserves en anderzijds een positief jaarrekeningresultaat (de begroting gaat uit van een resultaat van nul). Dit positieve resultaat impliceert dat er ruimte is, daardoor is het kengetal in de programmarekening over het algemeen positiever dan in de begroting.
Grondexploitatie
Grondexploitatie | Jaarrekening 2024 | Jaarrekening 2025 |
|---|---|---|
Bouwgrond in exploitatie | - | 1.956 |
Totale baten (exclusief mutaties reserves) | 3.318.903 | 3.529.097 |
Grondexploitatie (% van totale baten) | 0,00% | 0,06% |
De gemeente ziet grondexploitaties als een waardevol instrument om er voor te zorgen dat de stad zich blijft ontwikkelen in de gewenste vorm. Aan grondexploitaties zitten risico’s. Den Haag beperkt deze risico’s zoveel mogelijk door voorziene verliezen aan de voorkant af te dekken en eventuele winsten pas te verantwoorden als het voldoende zeker is dat deze zich voordoen. Deze systematiek is uitgebreid toegelicht in de paragraaf grondbeleid. Desalniettemin blijft er een restant risico. Daarbij kan als vuistregel gehanteerd worden dat hoe groter het aandeel van de grondexploitaties is ten opzichte van de totale gemeentelijke begroting hoe groter de impact is als het risico zich voordoet.
Het kengetal grondexploitatie geeft inzicht in de waarde van de gronden ten opzichte van de totale baten van de gemeente. Het percentage geeft ook aan dat Den Haag geen bovenmatige risico’s op de grondexploitaties loopt, afgezet tegen de omvang van de begroting. Daar komt bij dat de gemeente met de reserve Grondbedrijf ook nog over specifiek op grondexploitaties gericht weerstandsvermogen beschikt. Het kengetal in 2025 is ten opzichte van 2024 licht gestegen omdat de balanspositie in 2025 van de bouwgrond in exploitatie toegenomen is.
Belastingcapaciteit
Belastingcapaciteit | Jaarrekening 2024 | Jaarrekening 2025 |
|---|---|---|
OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde | 259 | 272 |
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde | 185 | 191 |
Afvalstoffenheffing voor een gezin | 480 | 496 |
Eventuele heffingskorting | 0 | 0 |
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde | 924 | 960 |
Woonlasten landelijk gemiddelde voor gezin t-1 | 994 | 1.053 |
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde | 92,87% | 91,15% |
De belastingcapaciteit zou eigenlijk beter omschreven kunnen worden als de belastingdruk. Dit kengetal geeft namelijk de lokale lastendruk weer als percentage van de landelijke lastendruk en geeft weer hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde van alle gemeenten. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten exact het landelijk gemiddelde zijn. Een lager percentage dan 100% betekent dat de woonlasten per huishouden lager zijn dan het landelijke gemiddelde. Den Haag heeft met een percentage van 91% lagere woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit past binnen het streven van de gemeente om de woonlasten zo laag mogelijk te houden.
EMU-saldo
EMU-Saldo | Jaarrekening 2024 | Jaarrekening 2025 |
|---|---|---|
EMU-Saldo | -51.324 | -73.920 |
Het EMU-saldo is het geraamde saldo van de ontvangsten en uitgaven van een gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. Het opnemen van het EMU-saldo is een verplichting die wordt voorgeschreven door het BBV.
In 2025 is er een EMU-tekort van € 73,9 mln. Hieraan liggen verschillende oorzaken ten grondslag. Dit hangt onder meer samen met de realisatie van de investeringen uit het meerjarig investeringsplan (MIP) en de uitvoering van het incidentele beleid uit de verschillende begrotingsjaren. Het EMU saldo ten opzichte van de begroting is € 214 mln. positiever door onder andere onderbesteding in het MIP van ca. € 79,3 mln. Gemeenten sturen individueel niet op het EMU-saldo en een tekort leidt ook niet tot sancties.
Conclusie
De gemeente kende in 2025 een sluitende begroting. De algemene reserve is hoog genoeg om de risico’s af te dekken. De financieringslast van de gemeente is structureel draagbaar en de gemeente heeft relatief lage schulden. Daarnaast kent Den Haag ten opzichte van het landelijk gemiddelde een lagere lokale lastendruk. De solvabiliteit blijft de komende jaren boven de signaleringswaarde van de VNG van 20%.
