Inleiding
De gemeente Den Haag heeft in haar Omgevingsvisie strategische ontwikkelingslijnen geformuleerd. De Omgevingsvisie gemeente Den Haag 2050 is een belangrijke stap in de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Het document biedt een integraal kader waarin ambities, strategische keuzes en maatschappelijke opgaven samenkomen. Dit omvat thema's zoals wonen, duurzaamheid, economie en mobiliteit. De opgaven kennen vervolgens elk hun eigen vertaling naar een bepaald ruimtegebruik en ruimtelijk beleid.
Grondbeleid is een middel om ruimtelijk beleid op een zo economisch verantwoord mogelijke wijze te realiseren. Het grondbeleid is dus geen doel op zich. Het grondbeleid biedt wel de instrumenten om de regie over die ruimtelijke ontwikkeling te kunnen voeren. Door een goede regievoering kunnen vervolgens opbrengsten worden gegenereerd die de kosten, die gepaard gaan met de verwezenlijking van de ruimtelijke ontwikkeling, kunnen dekken. Het geformuleerde beleid vormt een instrument dat mede ondersteuning biedt aan het realiseren van beleidsdoelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, economische ontwikkeling en milieu.
Het grondbeleid van de gemeente Den Haag is erop gericht de ambities voor ruimtelijke en sectorale ontwikkeling te realiseren via locatie- en gebiedsontwikkeling. In de Nota Grondbeleid (RIS319970) geeft de gemeente inzicht in de wijze waarop dit beleid wordt vormgegeven. Voor het eigen gemeentelijk handelen en in de communicatie met externe partijen is een transparante en consequente stelling name over het gemeentelijke grondbeleid van belang. Het schept duidelijkheid en eenduidigheid, vermindert de discussie en voorkomt willekeur. Daarnaast heeft het grondbeleid een grote financiële impact en is het van belang voor de algemene financiële positie van de gemeente.
De Verordening Grondexploitaties en Strategisch Bezit gemeente Den Haag 2026 (RIS323689) (hierna: de Verordening) bevat regels voor het beheer, de besluitvorming en de verantwoording rondom gemeentelijke grondexploitaties en het strategisch vastgoedbezit. Verder bevat het regels voor de aanpak wanneer zich binnen grondexploitaties wijzigingen voordoen in het toekomstig grondgebruik. Daarnaast moet de gemeente voldoen aan de bepalingen uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Het BBV schrijft voor dat de paragraaf ten minste de volgende onderdelen moet bevatten:
een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de begroting;
een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
een onderbouwing van de geraamde winstneming; en
de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken.
