Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (€ 1.009,7 mln.)
De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder zijn als volgt verdeeld:
2.2.1 Vorderingen op openbare lichamen ( € 166,6 mln.) (2024: 159,6 mln.)
De vorderingen openbare lichamen van € 166,6 mln. bestaat uit de volgende vorderingen:
Belastingdienst (€ 149,0 mln.) (2024: € 140,1 mln.)
Betreft voor een groot deel de verrekening met het BTW Compensatiefonds over 2025. Het bedrag van € 148,8 mln. over 2025 wordt op 1 juli 2026 ontvangen.
Daarnaast een vordering inzake de BTW-aangifte van het 4e kwartaal 2025 ter hoogte van € 0,2 mln.
Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) (€ 7,7 mln.) (2024: € 0,1 mln.)
Betreft een vordering op Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).
Het Rijk (€ 2,3 mln.) (2024: € 5,0 mln.)
Betreft vorderingen op het Rijk in verband met het gemeentefonds van € 1,2 mln. en verstrekte Bijstand Besluit Zelfstandigen € 0,4 mln., diverse ministeries € 0,2 mln. en overige Rijksinstanties € 0,5 mln.
Overige vorderingen op openbare lichamen (€ 3,9 mln.) (2024: 4,4 mln.)
De vorderingen bestaat uit een groot aantal posten waaronder diverse gemeenten € 2,1 mln., Politie Haaglanden € 0,2 mln., Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) € 0,2 mln., Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) € 0,3 mln. en overige posten € 1,1 mln.
Regionale Ambulancevoorziening Haaglanden (RAVH) (€ 3,7 mln.) (2024: € 2,7 mln.)
Deze vordering van € 3,7 miljoen heeft betrekking op uitgevoerde ambulanceritten
2.2.3.a Rekening-courant verhouding met het Rijk (€ 667,5 mln.) (2024: € 851,5 mln.)
Per 31 december 2025 is € 667,5 mln. uitgezet bij de Schatkist tegen een rentepercentage van 1,92% (2024: 2,91%).
Het drempelbedrag voor schatkistbankieren voor het verslagjaar 2025 is € 15,638 mln. (2024: € 15,298 mln.).
2.2.4 Overige vorderingen (€ 175,6 mln.) (2024: 159,8 mln.)
De overige vorderingen van € 175,5 mln. bestaat uit de volgende vorderingen:
Belastingvorderingen (€ 72,4 mln.) (2024: € 65,4 mln.)
Dit betreffen opgelegde en nog op te leggen gemeentelijke belastingen € 91,1 mln. (2024: € 81,8 mln.). Binnen de bovenvermelde debiteurenstand is rekening gehouden met een voorziening voor oninbare debiteuren. Deze voorziening is gevormd op basis van ervaringscijfers en een risico-inschatting per ultimo 2025. De voorziening bedraagt € 18,7 mln. (2024: € 16,4 mln.). De vorderingen inzake gemeentelijke belastingen bestaan uit: afvalstoffenheffing, omgevingsvergunningen, onroerendezaakbelastingen, parkeerbelasting en rioolrechten.
Overige grote posten (€ 46,7 mln.) (2024: € 48,8 mln.)
Naast de hiervoor genoemde vorderingen is nog een aantal grote posten te benoemen, te weten:
Beleenrecht verpandingen pandhuis (€ 43,3 mln.) (2024: € 32,0 mln.)
Onder deze vordering worden de kortlopende kredietfaciliteiten van Gemeentelijke Kredietbank verantwoord.
Bijstand en Sociale zekerheid (€ 9,9 mln.) (2024: € 11,2 mln.)
De openstaande vorderingen van alle aan de bijstand en overige sociale zekerheden gerelateerde regelingen is € 97,2 mln. (2024: € 105,1 mln.). De ervaring leert dat een deel van deze vorderingen nooit wordt terugontvangen. Dit oninbare deel is opgenomen in een voorziening en bedraagt € 87,3 mln. (2024: € 93,9 mln.).
Jeugdzorg (€ 0,0 mln.) (2024: € 0,0 mln.)
Vordering op jeugdzorgleverancier JB West van € 1,7 mln. waarvoor een voorziening van hetzelfde bedrag is opgenomen.
Nog te verrekenen service kosten en belastingen (€ 3,2 mln.) (2024: € 2,4 mln.).
2.2.5 Overige uitzettingen (€ 0,0 mln.) (2024: € 35,0 mln.)
Op deze balanspost staat de bijstortverplichting (collateral) die de gemeente heeft als gevolg van de derivaten contracten. De bijstortverplichting is het verschil tussen de nominale waarde en de marktwaarde van de afgesloten derivaten contracten per 31 december 2025 die de gemeente in depot bij de BNG heeft gestort met een rentevergoeding. De hoogte van deze bijstortverplichting fluctueert maandelijks. In geval van verkoop of ineffectiviteit van de derivaten leidt dit tot een exploitatieresultaat.
Ultimo 2025 is de marktwaarde van de derivaten omgeslagen ten opzichte van het voorgaande jaar. Hierdoor is geen bijstortverplichting meer aanwezig en is in plaats daarvan een verplichting aan de BNG ontstaan van € 5,3 mln. die als schuld is opgenomen.
Liquide middelen € 1,4 mln.
Deze balanspost bevat de aanwezige kassaldi op de stadsdelen en gemeentelijke kredietbank (€ 0,2 mln.). Daarnaast bevat deze balanspost de saldi van de BNG, ABN-AMRO en ING Bank (tezamen 1,2 mln.).
