Paragrafen

Vastgoed

Financieel resultaat vastgoed

De baten en lasten met betrekking tot het vastgoed worden verantwoord op de diverse beleidsprogramma’s waarvoor het betreffende vastgoed functioneel wordt ingezet, tenzij het ontwikkelingsvastgoed betreft in tijdelijk gebruik, dat staat op programma 13- Stadsontwikkeling en Wonen. Het resultaat over 2025 voor de gehele vastgoedportefeuille bestaat uit een totaal voordeel van € 5,5 mln. ten opzichte van de begroting.

Samenstelling resultaat voor resultaatbestemming 2025

bedragen x € 1.000

Resultaat Vastgoedportefeuille 2025

Begroting

58.433

Uitkomst

52.939

Resultaat

5.494

V

Samenstelling resultaat

- Onderhoud

4.107

- Aanhuur

1.317

- Overige exploitatie lasten

1.464

- Huuropbrengsten

-561

- Voorziening dubieuze debiteuren

-833

Resultaat

5.494

V

 
Onderhoud
Voor alle vastgoedobjecten in gemeentelijk beheer met een verwachte beheertermijn van minimaal vijf jaar zijn meerjarige onderhoudsplanningen opgesteld. Voor de uitvoering van het onderhoud is in de begroting een structureel onderhoudsbudget opgenomen dat grotendeels wordt bekostigd vanuit de huurbaten. De uitvoering van het onderhoud loopt niet synchroon met de jaarlijkse huurbaten. Fluctuaties worden opgevangen met de Reserve Onderhoud. In 2025 is er sprake van een onderbesteding ten opzichte van de begroting van € 4,1 mln. In de paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen zal het onderhoud nader worden toegelicht.

Overige exploitatielasten
Naast onderhoud bestaan de exploitatielasten grotendeels uit rente en afschrijving, apparaatslasten, belastingen, premies voor verzekeringen, VVE-bijdragen, huur en servicekosten voor gehuurde panden en leegstandskosten. In 2025 was er een voordeel van in totaal € 2,8 mln. op deze posten in de gehele portefeuille.

Huuropbrengsten
De huuropbrengsten zijn in 2025 ongeveer 2% (€ 0,6 mln.) lager dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door leegstand en schuldkwijtscheldingen voor partijen zoals bijvoorbeeld de Stichting Haagsche Sportcentrale.

Voorziening dubieuze debiteuren
Aan het eind van 2024 was een voorziening voor dubieuze debiteuren opgebouwd voor een bedrag van € 1,6 mln. Van twee huurders is de oninbaarheid vastgesteld van de openstaande vorderingen. Een bedrag van € 0,4 mln. is daarom afgeboekt ten laste van de voorziening.

Aan het eind van 2025 is een risicoberekening gemaakt van de openstaande posten. De benodigde reservering is berekend op € 2,0 mln. Hierdoor moest een bedrag van € 0,8 mln. worden gedoteerd aan de voorziening. Met één huurder is een langlopende betalingsregeling getroffen van € 0,4 mln., van één huurder wordt in 2026 de resterende vordering oninbaar geboekt voor € 0,2 mln. Tenslotte is de huurschuld van huurders van objecten in de buitenruimte een risico voor € 0,2 mln.

Deze pagina is gebouwd op 05/01/2026 14:05:29 met de export van 05/01/2026 10:15:30